Werkloosheidscijfers zeggen niet alles

In de troonrede zei Koning Willem Alexander dat de economie weer aantrekt. Bij zo’n constatering is werkloosheid vaak de belangrijkste graadmeter: als ‘ie afneemt, gaat het goed. Maar dat vertelt niet het hele verhaal.

Het kwam in de troonrede langs: niet iedereen die een baan heeft, heeft ook voldoende inkomen. Nog steeds werken mensen jarenlang voor dezelfde werkgever met een nulurencontract. Zzp’ers zijn afhankelijk van de grillen van de markt. Ze weten nooit zeker hoeveel ze de komende maanden gaan verdienen. Daarnaast zijn flexwerkers niet alleen kwetsbaarder als ze werk kwijtraken, ze zijn ook nog eens vaker arbeidsongeschikt.

Van de aantrekkende economie profiteert kortom niet iedereen: sinds de crisis is het gemiddelde inkomen van dertigers toegenomen, maar dat van twintigers afgenomen. Veel jongeren werken onder hun niveau, of minder uren dan ze zouden willen. Afgelopen jaar vroegen bovendien disproportioneel twintigers een bijstandsuitkering aan.

Tijdens de afgelopen kabinetsperiode is een poging de situatie te verbeteren – de Wet Werk en Zekerheid – jammerlijk mislukt. Daar ligt een uitdaging: werken aan een stelsel waar werkgevers én werknemers mee kunnen leven, met speciale aandacht voor de kwetsbare positie van jongeren.

Meer lezen

Over jongeren in de bijstand
Armoede is meer dan werkloosheid
Gemiddeld inkomen twintigers gedaald
Of schrijf je in voor onze nieuwsbrief