Van koopgeneratie naar huurgeneratie

De overheid stimuleert, al sinds de jaren vijftig, het kopen van een huis. De gedachte was altijd dat je zo sociaaleconomische ongelijkheid verkleint. Die wordt behalve door verschil in inkomen, ook veroorzaakt door verschil in vermogen. Als lagere inkomens tegen lage prijzen een huis kunnen kopen, en de waarde stijgt met de jaren, verkleint dat de vermogensongelijkheid. Maar gaat dat nog wel op?

Het lijkt erop dat woningbezit op dit moment ongelijkheid juist vergroot. Niet alleen de ongelijkheid tussen verschillende sociale klassen, maar ook tussen ouderen en jongeren. Je maakt geen kans op een hypotheek als je werkt onder een tijdelijk contract of als zzp’er.

Huurwoningen in de private sector zijn duur, dus veel afgestudeerden blijven ook na hun studie een huis delen of gaan weer bij hun ouders wonen. Voor de groep die wel geld heeft is vastgoed, met de stijgende grondprijzen, een aantrekkelijke investering. Zo komen steeds meer woningen in handen van een steeds kleinere groep.

Twintigers van nu kopen minder snel een huis dan twintigers van veertig jaar geleden. De huidige generatie is vooral huurder. De vermogenskloof groeit en dat vraagt om een creatief en toekomstbestendig woonbeleid, met als speerpunt betaalbare woningen.

Meer lezen

Sociaalgeograaf Rowan Arundel over de ‘mythe van massaal woningbezit’
Amsterdam: van hippiestad naar vastgoedstad
CBS: steeds minder vaste werknemers

Nieuwsbrieflink