Klimaatverandering is simpele scheikunde

We steggelen nog steeds over de oorzaak van klimaatverandering. Zo komen we nooit toe aan effectieve oplossingen. Wat vertelt de scheikunde ons?

Bomen en planten doen aan fotosynthese. Dit proces voorziet hen van de suikers die ze nodig hebben om te groeien. Water (H2O) en koolstofdioxide (CO2) worden opgenomen en met behulp van zonlicht omgezet in glucose (C6H12O6) en zuurstof (O2). Leven op aarde wordt door deze chemische reactie mogelijk gemaakt.

Planten die sterven belanden in de aarde. Gedurende miljoenen jaren zijn zo grote hoeveelheden koolstof en waterstof (de C en H in glucose) opgeslagen in de aardkorst: de chemische basis voor fossiele brandstoffen als steenkool en aardolie. In slechts een paar honderd jaar worden al deze brandstoffen nu weer opgegraven.

Mensen zorgden er door het delven en verbranden van steenkool en aardolie voor dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer steeg tot ongeëvenaarde hoogtes. Het gevolg? Nog een feitje. Het gas CO2 houdt warmte vast. Hoe meer er is, hoe warmer de atmosfeer. Net als waterdamp (H2O) trouwens, wat verklaart dat een heldere nacht kouder is dan een bewolkte.

Politieke discussies zijn nog wel eens onduidelijk. Maar de scheikunde is haarscherp. Planten, dieren en mensen hebben CO2 nodig, maar te veel maakt de wereld onleefbaar. En daar zijn we hard naar op weg.

Meer lezen

Ludieke klimaattijdlijn
Met de Carbon Killer haal je CO2 uit de lucht
Of schrijf je in voor onze nieuwsbrief