Kenia bloeit – juist zónder westers katoen

Tot halverwege de jaren 80 stond de Keniaanse katoen- en kledingindustrie in bloei. En was deze industrie goed voor maar liefst 30 procent van alle banen in het land. Tot de Keniaanse economie onder invloed van de Wereldbank verder werd opengesteld voor handel met het buitenland, om Kenia ‘op wereldniveau te laten concurreren’.

Sindsdien drukt westerse kleding Keniaanse merken uit de markt. Enerzijds worden er bergen tweedehands kleding uit het westen naar Kenia verscheept. Anderzijds hebben westerse merken als H&M en Zara – maar ‘made in China’ – de Keniaanse afzetmarkt veroverd.

Zowel handelaars in tweedehandsjes als de grote merken profiteren van schaalvoordelen en het beleid van de Wereldbank. En kunnen daardoor hun kleding goedkoop aanbieden. Merken van Keniaanse bodem komen zo maar moeilijk van de grond. Dit houdt de verdere ontwikkeling van de Keniaanse textiel- en kledingsector tegen. En daarmee de creativiteit, welvaart en trots van het land.

Om Kenia echt te laten bloeien, moeten er twee dingen gebeuren: wij sturen geen tweedehandsjes meer naar Afrika. En internationaal beleid moet de binnenlandse economie ten goede komen, en niet alleen een extra afzetmarkt creëren voor big fast fashion.

Meer lezen

Tien toffe Keniaanse kledingmerken
Ook in Rwanda zijn onze tweedehandsjes al ongewenst
Waarom een leefbaar loon in de kledingindustrie nog altijd een uitzondering is

Of schrijf je in voor onze nieuwsbrief