De bankier die zonder geld ging leven

De bankier die zonder geld ging leven

Het economisch systeem moet veranderen. Maar hoe krijgen we dat voor elkaar? En hoe ziet een beter systeem eruit? De redactie van LaatBloeien gaat op verkenning. En spreekt met voormalig bankier Robbert Vesseur.

De ontdekking van de financiële wereld

Robbert Vesseur was beleggingsadviseur bij Triodos Bank. Tot hij zeven jaar terug zijn baan en huur opzegde, al zijn bezit weggaf en zonder geld ging leven.

Triodos was voor Robbert “de beste optie binnen het financiële systeem.” Maar hij wilde op zoek naar een alternatief voor het systeem zelf. Hoe kwam hij tot deze stap?

Na zijn studie bedrijfskunde was Robbert euforisch dat hij de duurzame Triodos Bank mocht vertegenwoordigen. Toen hij daar twee jaar werkte, begon de financiële crisis. “Ik vond het bizar én fascinerend wat er gebeurde,” vertelt Robbert. Voor hem begon met de crisis ook een ontdekkingstocht naar de financiële sector: hoe zit deze in elkaar?

Als buitenstaander is het schokkend te beseffen dat mensen ín de financiële wereld net zo min het grote plaatje van deze sector begrepen. Sterker nog, de meesten hadden er  überhaupt geen aandacht voor. Nog schokkender is dat dit sinds de crisis niet wezenlijk is veranderd. Voor Robbert leidde de crisis wel tot inzichten die zijn leven ingrijpend veranderden.

De druk van schuld

“Er is altijd minder geld, dan dat er schuld is,” vertelt Robbert. “Stel, je leent vandaag tien euro. En die moet je volgende week terugbetalen met tien procent rente. Dan moet je dus van die tien euro elf euro hebben gemaakt. Anders ben je de sjaak.”

Met het verstrekken van een lening, creëert een bank nieuw geld. Het uitgeleende geld wordt namelijk niet of nauwelijks gedekt door bestaande tegoeden van de bank. De lening in dit voorbeeld is tien euro, maar de schuld is elf euro: er is dus minder geld bijgekomen dan schuld. Deze schaarste van geld forceert competitie. “Dat is de druk, die in het groot op de samenleving zit,” vervolgt Robbert. ”Dat is zo ziek. Dat verpest alles. Het zorgt ervoor dat we op de korte termijn zoveel mogelijk uit de natuur moeten trekken en van een ander moeten profiteren.”

Robbert realiseerde zich dat het systeem moet veranderen, om écht wat te kunnen doen aan armoede en klimaatproblemen. “Anders is het alleen symptoombestrijding.” Hij organiseerde een bijeenkomst bij Triodos. En stelde de vraag: “Stel, wij hebben het nu voor het zeggen, wij bepalen welk systeem we willen. Hoe ziet dat eruit?”

Robbert beschrijft de reactie van de groep: “Er viel een stilte. Het was een veel te grote vraag. De eerste die begon te praten, zei dat we dan automatisch bij ruilhandel uitkwamen. De volgende zei: ‘hoeveel peren betaal je dan voor een koe? Dan is geld toch wel handig.’ In no-time waren we terug bij het huidige systeem. Met geld, leningen en alles.”

Geven

Niet tevreden met het resultaat van de brainstorm, ging Robbert terug naar stap één: ruilhandel. Hij nam deze vorm van transacties onder de loep. En dacht: “Wat nou als die ruil, een gift is? Hoe ziet de wereld er dan uit?”

“Op dat moment viel bij mij het kwartje. Dit is de transitite. Het gebeurt in het klein. Van ruilen naar geven. Dan ga je niet uit van de homo-economicus, maar van een liefdevol mens die wil bijdragen aan de wereld. Dat is een heel ander mensbeeld.”

De kern van de geefeconomie is volgens Robbert onvoorwaardelijk geven, zonder schuld. Het gaat uit van het vertrouwen dat mensen goed willen doen. Dat mensen willen bijdragen, in plaats van móeten bijdragen: een verschuiving van verplichting naar vertrouwen.

Robbert legt uit dat het idee van onvoorwaardelijk geven mensen ook confronteert met de angst om onafhankelijkheid kwijt te raken. Onafhankelijkheid is in onze samenleving gekoppeld aan het hebben van eigen geld. Volgens Robbert herkent vrijwel iedereen de angst die opkomt bij het teruglopen van de spaarrekening. Geld geeft een gevoel van veiligheid.

Dit laat zien dat de waarde van geld verre van objectief is. Geld heeft veel meer betekenissen dan alleen haar rol als ruilmiddel of meeteenheid. Robbert wilde loskomen van de – ook voor hem – vanzelfsprekende aannames en gedragingen rondom geld. Na wat kleine experimenten, nam hij een sprong in het diepe.

Veertig huizen en een pot met geld

Robbert nam ontslag, zegde zijn huur op en gaf al zijn spullen weg. En in plaats van tekort, ontstond er overvloed: “Nog voordat ik de deur achter mij dicht deed, had ik al van tientallen mensen te horen gekregen ‘Robbert, je bent hier altijd welkom.’ In plaats van één huis, had ik veertig huizen.”

De volgende stap voor Robbert was zonder geld leven. Dit heeft hij drie maanden gedaan. Hij verbleef bij verschillende mensen en deelde zijn verhaal over de geefeconomie. “Het mooiste is: mijn moeder gaf mij twintig euro. Zodat ik altijd nog een taxi naar haar kon nemen. En drie maanden lang heeft die twintig euro keurig in mijn portemonnee gezeten.”

De vragen ‘wat is geld?’ en ‘welke betekenis heeft geld?’ gaan niet alleen over geld. Ze gaan over de mens- en wereldbeelden die aan geld gekoppeld zijn. Robberts keuze om vanuit de idealen van de geefeconomie te leven, riep intense reacties op: zowel positief als negatief. Maar nooit onverschillig. “Het doet sowieso wat met mensen, want ik zit te tornen aan fundamenten van deze samenleving.”

Robbert woont nu met zijn vrouw en hun dochter in een boerderij waar de deuren open staan voor wie mee wil leven in hun geefeconomie. Op tafel staat een pot met geld. Daaruit kan je pakken wat nodig is voor bijvoorbeeld boodschappen. Dit is mogelijk gemaakt dankzij giften aan Stichting Geefeconomie. Ook al lijkt voor velen een geefeconomie onhaalbaar, op deze plek laten Robbert en zijn gezin zien dat deze al bestaat, hetzij in relatie tot de ‘gewone’ economie die wel op geld draait. Wat ook betekent dat het nu mogelijk is, omdat andere mensen wel geld bezitten en geven. In Robberts ideale wereld zou niet ruilen, maar geven de overhand krijgen, en wordt de rol van geld als ruilmiddel op den duur overbodig.

Verandering van binnenuit versus verandering van buitenaf

Robbert gelooft niet dat de financiële sector zichzelf kan transformeren tot een duurzame sector, die niet gebaseerd is op schuld en groei. “De sector is gewoon een mammoettanker die maar doorgaat. Cultuurverandering krijg je er ook niet meer door. Het zit zo sterk in alle structureren, het is gewoon DNA geworden.”

De vergelijking met DNA maakt ook onderzoeksjournalist Joris Luyendijk. Hij dompelde zich twee jaar lang onder in de ‘City’ in Londen, het Europees financieel hart. En kwam tot de conclusie dat “de wereld van het geld geen opknapbeurt nodig heeft, maar nieuw DNA.”

Luyendijk trof een sector aan die zo versnipperd is, dat we volgens insiders zelfs af moeten van het idee van ‘de’ bank, omdat dat samenhang veronderstelt. Wanneer Luyendijk bijvoorbeeld vroeg naar de crash van 2008, volgde een antwoord als: “Wat zou ik daarover moeten weten? Ik zit in fusies en overnames.” Iedereen houdt zich alleen bezig met zijn of haar eigen eilandje. Econoom Herman Wijffels noemt dit verschijnsel systeemdominantie: “het systeem bepaalt wat er moet gebeuren.” Mensen voeren dit uit en verliezen contact met het grotere plaatje. Luyendijk concludeert dat verandering van de financiële sector niet van binnenuit gaat komen.

Om deze systeemdominantie te doorbreken, komt Oxford-wetenschapper Kate Raworth met een nieuwe kijk op economie. Haar voorstel: ga niét uit van de lang-gevestigde economische theorieën, maar van de langetermijndoelen van de mensheid. De centrale vraag wordt dan: hoe kan je aan iedereen sociale basiszekerheid bieden, zonder de draagkracht van de aarde te overschrijden? Dat veronderstelt een heel andere financiële sector, dan een die uitgaat van de noodzaak tot groei. En daarmee in eerste instantie zichzelf in stand houdt. Tot ze instort.

Sinds de financiële crisis is er binnen de financiële sector maar weinig veranderd. Volgens Robbert móet deze wel imploderen, “want de sector wordt overeind gehouden met nog meer schuld en nog meer zooi.” Robbert hoopt dat er al voldoende wordt geïnvesteerd in alternatieven, voordat het systeem helemaal instort.

Alternatieven

Aan die alternatieven bouwt Robbert mee. Naast Stichting Geefeconomie heeft hij samen met bedrijfscoach Joyce Velu Coöperatie Good Finance opgericht. Zij brengen vernieuwers van de financiële sector samen. De aangesloten partijen hebben een coöperatieve insteek en handelen vanuit een niet-egoïstisch mensbeeld. Hier vindt de cultuurverandering plaats waar in de financiële wereld geen ruimte voor is.

Aangesloten partijen zijn onder andere Common Easy, die coöperatieve arbeidsongeschiktheidsverzekering mogelijk maakt. En Onsbank, die jongeren uit de vicieuze cirkel van schuldenproblematiek helpt. Initiatieven die goed passen binnen Kate Raworths model voor een nieuwe economische kijk: de donuteconomie.

Terwijl de mammoettanker van de financiële sector langzaam maar zeker op de volgende crisis afstoomt, werken de vernieuwers aan alternatieven. Deze vernieuwers moeten zich nog bewijzen. Maar wat de financiële sector heeft laten zien, is dat ze rijp is voor de sloop.

Meer lezen

De Geefeconomie
De crisis van 2023
Nieuw DNA voor het financieel systeem
Joris Luyendijk: ‘Het kan niet waar zijn’ (quotes: p.70 en p.33)
Kate Raworth: ‘Doughnut Economics’
Of schrijf je in voor onze nieuwsbrief